Imca Sampers

imca sampers
Professor binnen de vakgroep Levensmiddelentechnologie, Voedselveiligheid en Gezondheid (onderzoeksgroep VEG-I-TEC)  aan de Universiteit Gent Campus Kortrijk

De voedingsindustrie gebruikt water tijdens de verwerking van voedingsmiddelen (bv. om te koelen, koken, wassen, transport…) of als toegevoegd bestanddeel. Hierdoor moet water vaak van drinkbare kwaliteit zijn. De beschikbaarheid van voldoende, betaalbaar en kwalitatief water is dus van cruciaal belang. Daarom wordt volop ingezet op duurzaam water(her)gebruik en/of de inzet van mogelijke alternatieve waterbronnen. Dit is een van de focuspunten binnen mijn onderzoek.

Daarnaast testen wij volop innovatieve waterbehandelings- en voedingsprocestechnologieën, waarbij ook het water- en energieverbruik wordt onderzocht. Daarbij is het reinigen en desinfecteren van apparatuur en omgeving een zeer belangrijke en tijdrovende activiteit. Deze draagt wel sterk bij aan de kwaliteit en veiligheid van het voedingsproduct. Het is ook zo dat bij het reinigen en desinfecteren veel water en energie wordt verbruikt. Ondanks een goede reiniging en desinfectie, kan een biofilm (aanhechting van micro-organismen aan machines die moeilijk te verwijderen is) voorkomen.

De laatste decennia zijn machines ontwikkeld met oog op de veiligheid voor de werknemer. Dit resulteerde in een verminderde toegankelijkheid, ten nadele van de reinigingsmogelijkheden. We zoeken naar oplossingen om biofilm te vermijden of te verwijderen. Hierbij focussen we op de omgevingsomstandigheden, maar ook op de machines (bv. materiaalkeuze, hygiënisch ontwerp, flow…).

De onderzoeksgroep VEG-i-TEC, waar ik een van de projectleiders ben, wil de implementatie van technologische innovaties voor de industrie, die vaak (te) groot of complex zijn om zelf te hanteren, faciliteren. De focus van het onderzoek ligt op de evaluatie, optimalisatie en demonstratie van (innovatieve) technologieën en het optimaliseren van water- en energiegebruik, het verminderen van afvalproductie, het verkrijgen van een hoog niveau van voedselveiligheid en (organoleptische) kwaliteit, goede procesbewaking (met (nieuwe) sensortechnologie) en hygiënisch ontwerp.

Bij water is de kwaliteit voor zowel lozing als hergebruik in het proces zeer divers, maar even belangrijk. Eventuele nieuwe stromen van interessante componenten uit het water worden zo veel mogelijk opgewaardeerd of eruit gezuiverd/verwijderd zodat de ongewenste micro- en macroverontreinigingen geen gevaar opleveren voor de consument en het milieu. Het onderzoek is echt gebaseerd op de principes van circulaire economie.

M.a.w. wij onderzoeken dus welke problemen kunnen optreden, zowel mogelijke chemische of microbiologische gevaren of kwaliteitsproblemen, maar kijken we ook hoe we deze technologisch of procesmatig kunnen oplossen, of zelfs vermijden. Er wordt gekeken naar innovatieve technologieën, dit voor reiniging en desinfectie, waterbehandeling of de verwerking van voedsel. Ook wordt nagegaan hoe de technologie kan gevalideerd en geïmplementeerd worden in een bedrijf zelf.

Een ander belangrijk aspect is het vertalen van laboparameters (op kleine schaal) naar proces- of productparameters voor de grote installaties, aanwezig in de industrie. Het is belangrijk om het proces goed te kunnen monitoren en hierbij zoeken we altijd naar een goede indicator en daarmee ook welke meetapparatuur of sensor ingezet kan worden. Hierbij gaan we ook steeds kijken hoe we dit met zo weinig mogelijk water- en energieverbruik kunnen te bewerkstelligen.

Vind ik een moeilijke keuze. Ik ben trots op al het onderzoek of het nu een positief of negatief resultaat opleverde. Het werk dat we tot nu verrichtten rond hergebruik van proceswater en het aanreiken van een oplossingen voor de groei van de sector, is voor mij het allerbelangrijkste.

Ik ben ook trots op VEG-i-TEC. Het zal ons onderzoek in de toekomst alleen maar beter maken. Het concept combineert namelijk expertise uit de voedingswetenschap, -chemie, -microbiologie, procestechnologie voor food & water en ontwikkelaars van sensoren. Onderzoekers werken nauw samen met belanghebbenden op lokaal, nationaal en internationaal niveau om o.a. de groente- en aardappelverwerking te verbeteren, rekening houdend met het water- en energieverbruik. Het is een mooi netwerk van onderzoeksinstellingen, bedrijven en overheid.

Met de opening van het onderzoeksgebouw VEG-i-TEC (voorjaar 2021) en de vele laboratoriumruimten in de buurt zullen we het onderzoek naar een hoger niveau kunnen tillen. Dit zal ons vertaalonderzoek waarbij we van labo- naar pilootschaal evolueren alleen maar verbeteren. Hierdoor kunnen wij voedings- en waterbehandelingstechnologieën nog beter uittesten, valideren, optimaliseren en demonstreren met oog op een betere en snellere implementatie in de bedrijven.

We blijven verder werken aan de optimalisatie van een processtap in functie van water- en energieverbruik. Het vertalen van laboparameters naar procesparameters zijn meer en meer belangrijk om tot een werkelijke implementatie in de industrie te. Het zoeken naar (een) goede (in)directe procesparameter(s) met de juiste meetapparatuur of sensor(en) zullen in de toekomst belangrijker worden. Meten is namelijk weten. Maar ook hoe moet je omgaan met deze data als bedrijf.

Ook zullen we samen met de industrie trachten tot nieuwe ontwikkelingen te komen. Een voorbeeld van iets waar we nu mee bezig zijn is het ontwikkelen van een duurzaam, verplaatsbaar, kleinschalige verpakkingsmachine, welke voldoet aan hoge hygiënische normen waar een cleanroom in de machine verwerkt is.

Verschillende mensen en organisaties inspireren mij als onderzoeker.

Mijn werkgever, de universiteit, biedt een ondersteunend kader voor samenwerking met de industrie, moedigt interdisciplinair onderzoek aan, en streeft naast de wetenschappelijke ook naar de maatschappelijke valorisatie van dat onderzoek. Wat mij aanwakkert om VEG-i-TEC verder uit te bouwen. Iets waar ik heel sterk in geloof!

Mijn onderzoeksteam. Hun vertrouwen, nieuwsgierigheid en werklust motiveren mij om steeds te blijven evolueren en vernieuwen in wat we doen binnen de onderzoeksgroep.

De bedrijven. Ik ben een industrieel ingenieur die verder heeft gestudeerd en gedoctoreerd, alle opleidingskeuzes waren altijd in functie van werken in de industrie of een samenwerking hiermee. Dit is altijd de rode draad geweest in mijn opleiding, doctoraat, werk. De goede samenwerking met de bedrijven is in mijn onderzoek van cruciaal belang voor het slagen ervan. Ze denken en werken mee in diverse adviesraden, ze moedigen me aan om de lat hoog te leggen, maar leveren ook de tools en de steun die we nodig hebben binnen ons type onderzoek.

De studenten. Je wilt dat je studenten de ingenieurs van morgen zijn, niet van gisteren. Ze stellen vragen, zijn nieuwsgierig en op zoek naar antwoorden. Hun leergierigheid drijft me om steeds mee te zijn met de laatste nieuwe technologieën.

Mijn gezin. Zij blijven me aanmoedigen in alles wat ik doe.

Translate »

Benieuwd in wat TUA West presteerde in 2020? Bekijk ons jaarverslag.