Het NuHCaS-partnerschap organiseerde op 4 december een inspirerende bijeenkomst voor de voedings- en gezondheidssector: "Voeding en preventie: samen zetten we stappen." Met sprekers uit diverse werkterreinen en een publiek dat volop in dialoog ging, ontstond een kritisch en verhelderend gedachtenwisselen over de rol van voeding in preventieve gezondheidsstrategieën.
De eerste invalshoek kwam vanuit de academische wereld. Christophe Matthys (KU Leuven) deelde een belangrijk cijfer: slechts 1,8% van de gezondheidsuitgaven gaat naar preventie, wat slechts de helft bedraagt van het OESO-gemiddelde. Hij illustreerde hoe voedingsgerelateerde discussies vaak gepolariseerd raken tot verdeling in voor- en tegenstanders, en benadrukte dat communicatie te vaak gericht is op "de roepers", terwijl er veel potentieel zit in het bereiken van de grote stille meerderheid.
De voedingsdriehoek alleen volstaat niet, maar vormt wel een basis. Hij stelde vragen bij de mate waarin de voedingsdriehoek aansluit bij diverse achtergronden en in welke mate bedrijven nauwer betrokken kunnen worden. Tevens gaf hij aan dat aanpassingen in bereidingswijze, zonder wijziging van het voedingspatroon, reeds voor een verhoogde voedingswaarde kunnen zorgen.
Michaël Sels (UZA) belichtte het onderwerp vanuit ziekenhuisperspectief en bood daarmee een tweede invalshoek op preventie. Voor hem ligt de kern van preventie in de strijd tegen obesitas. Hij benadrukte dat preventie traag werkt: men moet vroeg beginnen om later effect te hebben. Dit is niet eenvoudig om mee te geven aan een 25-jarige die weinig gemotiveerd is. Een oudere persoon met darmkanker, wordt zich wel bewuster, maar voor preventie is het dan te laat.
Michaël nodigde de industrie uit om innovatieve producten te ontwikkelen en adviseerde de overheid om labels minder vrijblijvend te maken. We moeten bewuste keuzes maken om een omgeving te creëren die gezond gedrag faciliteert. Veel partijen zijn nodig om de obesogene omgeving aan te pakken. Geef als werkgever bijvoorbeeld geen biermand meer, maar iets creatiefs en origineels.
Koen Van den Bossche (Kook Solidair) lichtte toe hoe het burgerinitiatief evolueerde naar een sociale onderneming. Gezonde voeding is een van de eerste zaken die wegvalt bij gezinnen in armoede. Hij gaf aan dat mensen op hem rekenen, maar dat het een druppel op een hete plaat blijft in een harde sector. Kookploeg Solidair slaagt erin om jaarlijks met 160 vrijwilligers 25.000+ gezonde maaltijden per jaar te bereiden, gratis voor de doelgroep. Ze bouwden een netwerk op voor het verzamelen van voedseloverschotten, de beschikbaarheid van keukens, en het opzetten van een logistieke keten. Kook Solidair brengt mensen samen om te koken mét en vóór de doelgroep. Ze bieden geen hulpverlening, maar 'hoopverlening', geïnspireerd door het principe "leer een man vissen".
De vierde invalshoek was verbonden aan onderwijs, met een focus op gevarieerde schoolmaaltijden. Arthur Hanssens bedeelt met zijn cateringbedrijf Hanssens Catering gemiddeld 55.000 maaltijden per dag. Het is een uitdaging om enerzijds rekening te houden met de voedingsdriehoek en anderzijds de klanten tevreden te stellen met smakelijke maaltijden. Bekend is dat kinderen vaak avers reageren op nieuwe producten. Ze moeten iets ongeveer acht keer proeven voor ze een mening vormen. Men ziet dat de meest gezonde voeding vaak aan de kant wordt gelaten, terwijl de populairdere menu's wel worden geconsumeerd. Toch zetten ze daar ook op in.
Arthur vindt het belangrijk dat kleuters en lagereschoolkinderen kennismaken met landbouwproducten, bijvoorbeeld door samen met de juf pompoensoep te maken of op het veld een wortel uit de grond te trekken.
Ook de maaltijdboxsector kwam aan bod, aangezien een duidelijke trend in voeding het toenemende belang van gemak is. Celine Henderickx vertelde dat Foodbag – behorend tot de Colruyt Group – bewust kiest voor groenten, seizoensgebonden en gevarieerde voeding. Hun maaltijdboxen bestaan uit vijf verschillende kookstijlen, waarbij comfortfood duidelijk in trek is. Celine beschouwt dit echter als een aanvulling voor een drukke weekdag, niet als een standaardvervanging van een avondmaal.
De missie van Foodbag is om beter eten gemakkelijker te maken. Het bedrijf spreekt niet expliciet over gezonde voeding en hanteert slechts sporadisch labels zoals low carb. Het is niet nodig te benoemen dat een gerecht vegetarisch is. Men vermijdt beter labels die emoties oproepen.
Wendy Van Lippevelde (UGent) legde uit waarom we beter evolueren van losse interventies naar een meer structurele aanpak. Een systeembenadering is nodig omdat veel inspanningen weinig resultaat opleveren. Vanuit een systeemgerichte bril wordt duidelijk dat complexe problemen enkel kunnen worden opgelost door aan meerdere knoppen tegelijk te draaien. Een systeem bestaat immers uit onderling verbonden elementen die als geheel functioneren. Ze verwees naar de metafoor van de fiets: het is de interactie tussen de verschillende onderdelen die maakt dat een fiets beweegt; een ketting of wiel afzonderlijk volstaat niet.
Het kernprincipe luidt: wanneer de context verandert, verandert het systeem. Daarom moeten we op zoek naar hefbomen die binnen dat systeem daadwerkelijk een verschil maken. Kies dus niet te snel voor het laaghangend fruit. Zo heeft louter kennisvergroting weinig effect. Meer impact ontstaat door het veranderen van de mindset bij consumenten én beleidsmakers. Participatieve samenwerking is hierbij cruciaal om draagvlak voor actie te creëren.
Prof. Marthe De Boevre (UGent) merkte op dat er tot zover geen holistische data bestond over hoe de mens eet en leeft. Daarom startte zij en haar team met De Gezondheidsmonitor, een studie waarin 20.000 deelnemers uit Gent gedurende twintig jaar worden opgevolgd. Ze wil inzicht verwerven in welke ziekte iemand kan ontwikkelen nog vóór die effectief tot uiting komt, zodat men indien mogelijk de levensstijl kan aanpassen om ziekte te vermijden. Op basis van individuele data in een participatief model wil zij mensen bewust maken van hun leefomgeving.
Volgens haar ligt de toekomst in een blootstellingsmeter, waarmee men continu de luchtcirculatie kan monitoren en zelfs bloeddruppels in de huid kan controleren, om vroegtijdig problemen op te sporen.
Tot slot getuigden voedingsbedrijven en de projectcoördinator over hun samenwerking, op vraag van de sector zelf. In het kader van het project 'Fiberquest' stelt Pieter Van Leeuwe (La Lorraine) de vraag hoe dagelijks brood gezonder kan worden gemaakt. Momenteel hebben bruine (meergranen)broden een Nutri-Score A, maar dit wordt volgende maand een Nutri-Score C. Daarom wil La Lorraine de vezelinname verhogen, zodat consumenten brood op een gezonde manier kunnen blijven consumeren. Eline Stuyven (Flanders' FOOD) lichtte het doel en het werkplan toe, met als ambitie het verkleinen van de fibergap. Organisaties die willen aansluiten, kunnen nog toetreden tot de begeleidingsgroep, die twee à drie keer per jaar samenkomt en toegang biedt tot een vijfdelige opleidingsreeks.
Het project 'Pilots' ontwikkelt op kleine schaal (plantaardige) producten die later op grotere schaal geproduceerd kunnen worden. Het project focust op smaak en kleur, omdat die een belangrijke rol spelen in gezonde voeding. Een product lekker maken is immers niet eenvoudig. Ze bestuderen dit, passen het toe in burgers en repen en onderzoeken hoe dit geoptimaliseerd kan worden voor toepassing in de grootkeuken. Het project wordt uitgevoerd door ILVO en VIVES, waarbij gebruik wordt gemaakt van pilootinfrastructuur. De opgedane kennis wordt verspreid via publicaties, opleidings- en studiedagen.
Noble Health Food en RaviFlex boden een inspirerende inkijk in hun werking. Vanuit Mechelen ontwikkelen zij innovatieve producten, waarbij RaviFlex samenwerkt met een maatwerkatelier. Mensen met een beperking bouwen met trots mee en verrichten zinvol werk. De grootste groei zien zij in scholen en industrie, zowel in België als daarbuiten. Hun missie is het natuurlijke kleurenpalet op ons bord hertekenen en onze smaakpapillen opnieuw trainen, zodat gezonde eetgewoontes vanzelf ontstaan.